Petromax handleiding

Bedieningshandleiding

Deze bedieningshandleiding hoort bij dit product. Er staan belangrijke aanwijzingen in betreffende de ingebruikname en gebruik, ook als u dit product doorgeeft aan derden. Bewaar deze handleiding zorgvuldig, zodat u deze later nog eens kunt nalezen! Introductie Geachte klant, Met deze Petromax heeft u een verlichtingssysteem volgens de laatste stand van de techniek aangeschaft. U moet zich als gebruiker beslist aan deze bedieningshandleiding houden!

1. Belangrijke opmerkingen
2. In bedrijf nemen van de lamp
3. Bediening van de lamp
4. Bedieningsopmerkingen
5. Gevarenopmerkingen
6. Uitzetten van de lamp
7. Na het gebruik
8. Onderhoud aan de lamp
9. Opmerkingen voor onderhoud aan de lamp
10. Toebehoren voor de petroleum druklamp
11. Functiestoringen en mogelijke foutbronnen

Belangrijke veiligheidsbepalingen.
U moet zich als gebruiker beslist aan deze bedieningshandleiding houden.
Heeft u een nieuwe lamp, verwijder dan vóór het eerste gebruik alle verpakkingsmaterialen, ook de
transportringen boven en onder het glas.
A.u.b. als brandstof alleen hiervoor bepaald petroleum van de klasse A III met een vlampunt van over
60 °C gebruiken. Beslist geen geurpetroleum, lampolie, benzine of dergelijke licht ontvlambare
brandstoffen gebruiken.
Let vooral op een voldoende opwarmtijd van min. 90 seconden, omdat anders de petroleum niet
vergast wordt en in vloeibare vorm uit de sproeier komt (vlamgevaar).
Bijvullen, aanmaken en gebruiken alleen in de openlucht.
Veiligheidsafstand tot alle brand- en hittegevoelige voorwerpen aanhouden. Nooit over de lamp
buigen.
Nooit tijdens gebruik petroleum bijvullen. Voor het bijvullen de lamp laten afkoelen.
De lamp hoort niet thuis in kinderhanden.
De druk naar elk gebruik volledig afblazen.
Nooit zonder toezicht laten branden.
Wij zijn niet aansprakelijk voor schades die ontstaan door het niet juist hanteren of door een niet
doelmatig gebruik van de lamp.
De fabrikant van de lampen Geniol en Petromax garandeert een perfect functioneren, wanneer de
opmerkingen in deze handleiding precies opgevolgd worden en een regelmatig onderhoud aan de
lamp uitgevoerd wordt waarbij uitsluitend originele onderdelen gebruikt worden

Korte overzicht / ingebruikneming

1. Gloeikous vastbinden.
2. Drukaanwijzer afschroeven en 1 liter schone petroleum van de klasse A III invullen.
3. Tank afsluiten. Het handwiel wijst met de pijl naar boven, drukaanwijzerschroef is vast afgesloten.
4. Lucht pompen tot aan de rode markering (ca. 2 bar). Voor het gemak is hiervoor de accu-luchtpomp
“Air-man” (toebehoren artikelnummer 30020400).
5. Opwarmen van de lamp.
Breng het reservoir onder druk tot ca 2 bar (rode streep).
Gebruik makend van de RAPID:
Hendel van de RAPID-ontsteking naar onderen klappen en de petroleum met een aansteker of lucifer
aansteken. Na ca. 5 sec. klephendel sluiten en de gloeikousen uit laten gloeien (2-3 minuten, alleen
bij nieuwe gloeikousen).
Opnieuw aansteken en minimaal 90 sec. opwarmen.
Let op! Vanwege drukverlies beslist continu napompen;
Voor 250 350 en 500 CP lampen druk tussen 1-2 bar;
Voor 150 CP lampen druk ruim 2 bar.
Gebruikmakend van de spiritus cup:
Met de vulflacon het spiritusbakje vullen tot de rand, ontsteek de spiritus.
6. Openen van de lamp
na ruim 90 sec. Druk van 2 bar laten opbouwen/houden.
Handwiel naar onderen draaien en hendel
sluiten. Maximale druk opbouwen en eventueel sproeier schoonmaken door meervoudig vlot te
draaien aan het handwiel.
7. Lamp doven.
Handwiel naar boven draaien en de druk afblazen d.m.v. het openen van de schroef op de
drukaanwijzer.
Deze korte beschrijving is voor een beter overzicht en kan het uitvoerige deel van deze handleiding
niet vervangen.
1.0 Belangrijke opmerkingen
Gebruik beslist alleen brandstof van zuiver petroleum van de klasse A III met een vlampunt van over
60°C. In geen geval geurpetroleum, lampolie benzine of dergelijke licht ontvlambare brandstoffen
gebruiken.
In geval van nood kan de lamp voor korte tijd ook met diesel gebruikt worden. De opwarmtijd bij
gebruik van de RAPID-voorverwarmer (226) verlengt zich in dit geval op ca. 120 sec. Doorslaggevend
voor de genoemde opwarmtijd is de omgevingstemperatuur van ca. 20 °C.. Bij gebruik met diesel
ontstaat sterke roetaanslag op de werkende delen, zodat deze al naar een korte tijd vervangen
moeten worden.
Alle buitendelen van de messinggepolijste (niet verchroomde) lamp zijn met een transparante
beschermlaag voorzien. De beschermlaag van de kap (123), niet de bovenreflector, met een
polijstmiddel verwijderen. Anders zal de beschermlaag tijdens gebruik inbranden en bruine vlekken
achter laten.

2.0 In bedrijf nemen van de lamp

2.1 Optische/mechanische controle
Controleer de lamp, in het bijzonder de gloeikous (4) of deze niet beschadigd is en de kleibrander (3)
en de sproeier (50) of deze goed vastzitten. Eventueel de kleibrander handvast en de sproeier met de
universele sleutel (66) vast aandraaien.
2.1 Vullen van het reservoir
Manometer (149) resp. vulschroefdop (5) openschroeven, petroleum d.m.v. de trechter (165) tot aan
de onderkant van het vul aansluitstuk vullen, manometer dichtschroeven.
2.3 Vastbinden van de gloeikous
Voor zover de gloeikous op uw lamp nog niet is aangebonden: aan de zijkant de kartelschroeven aan
weerszijde van het draagstel (121) losmaken, kap (123) met binnenmantel (117) verwijderen.
Gloeikous over de verdikking aan de binnenomhulling van de kleibrander (3) trekken en vastbinden.
Resterende einden van het bindsnoer afsnijden. Vouwen van de gloeikous gelijkmatig verdelen.
Binnenomhulling zo op het draagonderstel zetten, dat de ronde opening van de binnenmantel over de
gassproeier (50) staat. Tijdens het opzetten van de kap erop letten, dat de instelschroef van de
mengbuis (33) door de bovenste opening van de kap zichtbaar is en de schroefsleuf verticaal staat (bij
500 CP).
2.4 Lucht pompen
Handwiel (111) met de neus verticaal naar boven zetten, lucht afblaasschroef van de manometer en
klephendel (223) sluiten (hendel staat in de ontsteekbuis 220). Met de pompkolf (6) het reservoir
onder druk zetten tot de manometerwijzer de rode markering bereikt heeft. Als de pomp niet “trekt”,
pompdeksel (42) afschroeven, pompkolf verwijderen, leermanchet (46) invetten, licht naar buiten toe
opzetten en de pompkolf weer plaatsen.

3.0 Bediening van de lamp.

3.1 Afbranden van de gloeikous
De optimale stabiliteit van de gloeikous wordt door de direct-ontsteking met een aansteker of lucifer
bereikt. Het ontsteken kan ook met behulp van de RAPID-voorverwarmer (226) gebeuren . Hiervoor
een lucifer of aansteker aansteken, klephendel (223) na onderen klappen en tegelijkertijd de vlam aan
de opening van de ontsteekbuis (220) houden. Voorverwarmer ontsteekt. Gloeit de gloeikous,
klephendel direct weer sluiten. De gloeikous volledig uit laten gloeien.
Let op! Ontsteekt de voorverwarmer niet, handeling herhalen. Eventueel sproeier (221) van de
voorverwarmer met een handreinigingsnaald (180) schoonmaken en de druk reduceren.
3.2 Opwarmen van de lamp
Na het volledige uitsmeulen van de gloeikous, de voorverwarmer opnieuw aansteken en ca. 90 sec.
(bij 20 °C omgevingstemperatuur) laten branden. Tijdens de opwarmfase zakt de druk relatief vlug
weg. Zodra de druk onder 1 bar is, voldoende lucht napompen (3.3).
Opwarmen van de lamp zonder RAPID-ontsteking.
Vul de opwarmschaal (35) aan de voet van de vergasser met behulp van het invulkannetje (67) tot
aan de rand met spiritus. Ontsteek de vloeistof met een aansteker of lucifer. Nadat de opwarmschaal
volledig leeg gebrand is, vult u deze opnieuw tot aan de rand met spiritus en herhaal het
opwarmproces. Kort voor het uitbranden het handwiel met de neus langzaam verticaal naar onderen
draaien. De gloeikous vormt zich en licht op.
3.3 Lamp in bedrijf nemen.
Nadat de opwarmtijd uitgevoerd is het handwiel met de neus langzaam verticaal naar onderen draaien
en de klephendel weer sluiten. De gloeikous vormt zich en licht op. Druk weer opbouwen (bedrijfsdruk
tussen rode streep en 3 bar).

4.0 Bedieningsopmerkingen

4.1 Regulering van de helderheid
De helderheid van de lamp is alleen gering te regelen door het verminderen resp. verhogen van de
druk. Nooit het handwiel als regulering gebruiken.
4.2 Bedrijfsdruk
Door het brandstofverbruik verminderd zich de druk en ook de verlichtingssterkte. Zodoende moet
men op tijd napompen. Bij een te lage druk of een te langzaam openen van het handwiel kan de vlam
van de gloeikous in de mengbuis (33) terugslaan en een luidt, gorgelend ruisen produceren, en ook
weinig verlichtingskracht produceren. Direct lucht napompen resp. het handwiel met de neus vlug naar
boven en onder draaien. Verdwijnt het ruisen hierdoor niet, moet het handwiel met de neus verticaal
naar boven gedraaid worden. De lamp gaat uit. Ontsteekproces herhalen.
4.3 Schoonmaken van de vergassersproeier (50)
Wordt de verlichting ondanks voldoende druk en petroleum minder, moet de sproeier (50), door tijdens
gebruik aan het handwiel meerdere keren vlug te draaien, naar boven en onderen, schoongemaakt
worden.
4.4 Instellen van de mengbuisschroef
Brandt de lamp niet fel genoeg of flikkert het licht, moet de schroef op de mengbuis (33) met de
universele sleutel (66) of met een schroevendraaier 1/4 slag naar links of rechts gedraaid worden, om
zo de optimale positie te bereiken. Normaal moet de sleuf van de mengbuisschroef verticaal staan.
4.5 Afstand van de mengbuis (33) naar de sproeier (50)
Bovenstuk (123) afhalen, neus van het handwiel (111) verticaal naar onderen toe draaien.
Afstandsmal van de universele sleutel (66), bepalend naar lampgrootte, met de smalle korte kant
tussen sproeier en mengbuis houden. Bestaat er tussen mengbuis en sproeier geen speling is de
afstand juist ingesteld. Bij te veel speling moet de schroef (21) op de binnenmantel los gemaakt
worden tot de mengbuis naar boven en onderen te verstellen is. De correcte afstand instellen en de
mengbuis met schroef (21) vastzetten.
Belangrijk!
De afstandsmal van de universele sleutel is alleen voor de lamptypes 250, 350 en 500 CP te
gebruiken.
De mengbuisafstand van de lamp 150 CP bedraagt 6-7 mm. Voor het instellen van de
mengbuisafstand van deze lamp worden de twee zeskantmoeren van de binnenmantel losgemaakt en
na het instellen van de mengbuisafstand weer vast tegen elkaar geschroefd.
4.6 Vastzetten van kleibrander (3) en sproeier (50)
Vormt zich een vlamkrans om de gloeikous of wordt de mengbuis rood gloeiend, het handwiel met de
neus verticaal naar boven draaien. Vergasserbovendeel (152) af laten koelen, sproeier (50) met de
universele sleutel krachtig natrekken. Kleibrander controleren of deze vastzit en of hij niet versleten is.
Eventueel met de hand vastschroeven resp. vernieuwen.

5.0 Gevarenopmerkingen

5.1 Ontoereikende opwarming
De aangegeven opwarmtijd van 90 seconden moet niet onderschreden worden. Bij onvoldoende
opwarmtijd wordt het petroleum niet verdampt en veroorzaakt vlamvorming aan het bovenstuk van de
lamp. Blijf rustig! Draai het handwiel met de neus naar boven en open de ontluchtingsschroef van de
manometer. Laat de petroleum uitbranden. Sluit de ontluchtingsschroef en herhaal het opwarmproces.
A.u.b op voldoende opwarming letten.
5.2 Hoge temperaturen
Tijdens het in gebruik nemen produceert uw lamp hoge temperaturen. Laat de lamp hierom minimaal
10 minuten afkoelen, voordat u onderhoud- of schoonmaakwerkzaamheden verricht.
6.0 Uitzetten van de lamp
Handwiel met de neus verticaal naar boven draaien. De lamp gaat uit. Een kort nalichten is normaal.
De lamp blijft onder druk gebruiksklaar en kan in elke positie vervoerd worden. Voor het opbergen van
de lamp over een langere termijn moet de druk volledig afgehaald worden.
7.0 Na het gebruik
Na ieder gebruik moeten de sproeier (50), kleibrander (3) en ook alle vastgeschroefde delen
gecontroleerd worden of deze goed vastzitten en eventueel vaster aangedraaid moeten worden. Lamp
beslist eerst laten afkoelen.

8.0 Onderhoud aan de lamp

8.1 Verwisselen van de gloeikous (4)
Demonteren van de kap (123) of binnenmantel (117) als onder 2.3 beschreven. Alle restjes van de
gloeikous moeten verwijderd worden. Vastbinden van een nieuwe gloeikous zoals onder 2.3
beschreven.
8.2 Verwisselen van het pompleertje (46)
Demonteer de pompkolf (6) zoals onder 2.4 beschreven. Pompkolfmoer (47) van de pompkolf
afschroeven, verbruikte pompleertje verwijderen en een nieuwe plaatsen. Montage in omgekeerde
volgorde.
8.3 Verwisselen van de sproeier en sproeiernaald (66)
Aan de zijkant op het draagstel (121) de kartelschroeven losmaken. Kap (123), binnenmantel (117) en
glascilinder (74) verwijderen. De binnenmantel is als bescherming van de gloeikous op de glascilinder
gezet. Lus van het vergasserbovenstuk (152) vasthouden en de sproeier met de universele sleutel
(66) afschroeven. Sproeiernaald met behulp van de naaldsleutel (119) demonteren. Sproeier resp.
sproeiernaald vernieuwen. Montage in omgekeerde volgorde.
Let op! Tijdens de montage van de binnenomhulling erop letten, dat de ronde opening van de
binnenmantel precies over de sproeier staat.
8.4 Verwisselen van het pompventiel (10)
Petroleum uit het reservoir verwijderen. Pompkolf (6) zoals onder 2.4 beschreven demonteren.
Pompventiel met een lange schroevendraaier uit de pompbodem uitdraaien. Lamp zijwaarts kantelen
zo dat het ventiel eruit kan vallen. Eventueel loodafdichting op de pompbodem verwijderen. Een
nieuwe ventiel met loodafdichting in de pompbodem plaatsen en vastschroeven, montage van de
pompkolf in omgekeerde volgorde uitvoeren.
8.5 Verwisselen van het afdichtingelement (229)
Druk volledig aflaten. Klephendel (223) openen. Schroef met een schroevendraaier van de
klephendelarm resp. de huls met de afdichting losmaken. Afdichting met huls vernieuwen. Montage in
omgekeerde volgorde.
8.6 Verwisselen van de grafietpakking (108)
Druk volledig afhalen. Moer (112) met behulp van de universele sleutel van de excenteras (105)
afschroeven. Onderlegschijf (227) en handwiel (111) van de excenteras aftrekken. Wartelmoer (113)
van de excenternippel (107) losmaken en met de grafietpakking van de excenteras aftrekken.
Grafietpakking uit de wartelmoer verwijderen en deze vervangen door een nieuwe. Montage in
omgekeerde volgorde.
8.7 Verwisselen van het vergasserventiel (196)
Druk volledig afhalen. Kap (123) binnenmantel (117) en glascilinder (74) verwijderen.
Vlambeschermbuis (220) aftrekken, bevestigingsschroef (14) van de centerbodem (122), schroef en
centerbodem verwijderen – draagstel (121) afhalen. Complete excenter (114) demonteren. Hiervoor
excenternippelzeskant (107) met behulp van de universele sleutel van het onderste gedeelte van de
vergasser (153) afschroeven. Onderste gedeelte van de vergasser (153) met behulp van de
universele sleutel van het reservoir (118) afschroeven, loodafdichting (90) verwijderen. Ventielhuls
met behulp van een schroevendraaier afschroeven, afdichting met huls (193) en loodafdichting (90)
vernieuwen. Montage in omgekeerde volgorde.
Belangrijk!
Voor het opnieuw inzetten van de complete excenter (114) is het onderste deel van de vergasser,
sproeier (59) te verwijderen. Sproeiernaald (68) met de naaldsleutel (119) licht naar boven drukken tot
de neus van de excenteras (105) in de gleuf van het geleidingsstuk (103) inklikt. Klikt de excenteras
niet in, proces herhalen en tegelijkertijd naaldsleutel met sproeiernaald licht naar links of rechts
draaien. Na de montage van de excenter controleer a.u.b. of de draad van de sproeiernaald uit het
sproeiergat steekt en de neus van het handwiel naar boven staat.
8.8 Verwisselen van het aansluitstuk (225)
Druk er volledig afhalen. Demonteren van de kap, binnenmantel, glascilinder, vlambeschermbuis en
draagstel als onder 8.7 beschreven. Sproeiermoer (221) en zeskantmoer (222) met de universele
sleutel afschroeven, klephendel (223) aftrekken. Aansluitstuk met de universele sleutel van het
reservoir afschroeven, loodafdichting (90) verwijderen, aansluitstuk en afdichting vernieuwen.
Montage in omgekeerde volgorde.
8.9 Verwisselen van de mengbuis (33)
Mengkamer (34) en kleibrander (3) kap (123) en binnenmantel (117) als onder 2.3 beschreven
verwijderen. Kleibrander (3) van de mengkamer en de mengkamer van de mengbuis afschroeven.
Schroef (21) losmaken, mengbuis van de binnenmantel aftrekken. Mengbuis, mengkamer en
kleibrander vernieuwen. Montage in omgekeerde volgorde.

9.0 Opmerkingen voor onderhoud aan de lamp

9.1 Gloeikous
Beschadigde gloeikousen moeten direct vernieuwd worden. Ook de kleinste weefselbroosheid
veroorzaakt steekvlammen, welke de lamp kunnen beschadigen.
9.2 Afdichtingen
Bij de demontage van het onderste gedeelte van de vergasser (153) en de RAPID-voorverwarmer
(226) en ook bij het vernieuwen van het pompventiel (10) moeten steeds nieuwe afdichtingen (90)
gebruikt worden.

10. Toebehoren voor de petroleum druklamp
Steunbeugel voor de lampen 250 CP, 350 CP en 500 CP
Steunbeugel in verbinding met 2-gaten-gloeikousen garanderen een perfecte functie van de lamp
zelfs onder ruwe omstandigheden. Het dubbel vastbinden van de gloeikous verhoogt de houdbaarheid
van de kous met het 10-voudige.
Montage van de steunbeugels
Kap (123) en binnenmantel (117) verwijderen. Aanwezige gloeikous verwijderen. Kleibrander van de
mengkamer (34) losmaken. Steunbeugel met de grote, ronde uitsparing van de plaat (niet de
beugelkant) op de mengkamer zetten en kleibrander door de kleine opening (beugelkant) schuiven.
Kleibrander en mengkamer met de hand vastschroeven. Kleine opening van de gloeikousen tot de
helft op de kleibrander van de beugel schuiven. Grote opening van de gloeikousen over de verdikking
van de kleibrander opzetten en vastbinden. Overstaande einden van de bindsnoer kort afsnijden.
Zijreflector
voor alle lampen, biedt veel pluspunten en verhoogt de functie van de lamp.
Binnen gepolijst, haast dubbele lichtsterkte;
Maakt een niet-verblindende verlichting mogelijk en geeft een gezellig, indirect licht.
• Bundelt het licht en laat deze alleen in de gewenste richting schijnen,
• Snelle, eenvoudige montage op het draagstel.
Bovenreflector
Het reflectorscherm veroorzaakt niet alleen een extra optische meerwaarde van de lamp, hij verdeelt
bovendien het licht automatisch naar onderen en beschermd de ogen doeltreffend tegen verblinding.
Mat en halfmat glascilinder voor alle lampen.
Het hittebestendige Schott-Suprax-glas in matte uitvoering verdeelt het licht gelijkmatig en dempt het
felle licht.
Opbergbox, 150 CP of 350 CP en 500 CP
Veilige stalen transportbox voorzien van een degelijk deksel. Beschermd uw lamp tegen stoten tijdens
transport.
Microsoft Word - Bedieningshandleiding Petromax.docMicrosoft Word - Bedieningshandleiding Petromax.docMicrosoft Word - Bedieningshandleiding Petromax.doc